Aan­deel her­nieuw­ba­re ener­gie

Aandeel hernieuwbare energie

In­lei­ding

In dit hoofdstuk staat de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen centraal. Het aandeel hernieuwbare energie is voor de provincie Groningen een belangrijke beleidsindicator waarmee de voortgang van de energietransitie wordt gemeten. Via onderstaande formule wordt het aandeel hernieuwbare energie berekend.

De formule is nader toegelicht in onderstaand kader. 

Toelichting aandeel hernieuwbare energie

Voor het bepalen van het aandeel hernieuwbare energie zijn Europese richtlijnen opgesteld. De Richtlijn Energie uit Hernieuwbare bronnen (2009/28/EG) omschrijft op basis van welke methoden EU lidstaten het aandeel hernieuwbare energie kunnen berekenen. Het CBS hanteert voor het berekenen van het aandeel hernieuwbare energie de bruto eindverbruik methode. Bij deze methode wordt het finale energiegebruik (gebruik van energie voor verwarming, verlichting of als krachtbron) als uitgangspunt genomen (= noemer). De energie die nodig is voor omzetting van energiedragers in een andere nuttige bruikbare energiedrager (bijvoorbeeld de inzet van kolen of gas voor de productie van elektriciteit in een elektriciteitscentrale) en het gebruik van een energiedrager voor het maken van een product dat geen energiedrager is en waarbij de voor het productieproces gebruikte energie in het product aanwezig blijft (bijvoorbeeld het gebruik van olie als grondstof voor plastic of aardgas als grondstof voor kunstmest) wordt in de bruto eindverbruik methode buiten beschouwing gelaten.

Vervolgens wordt gekeken welk deel daarvan van hernieuwbare bronnen afkomstig is (= teller). Er is daarbij onderscheid te maken tussen zes hernieuwbare energiebronnen:

  • Energie uit biomassa
  • Windenergie
  • Zonne-energie
  • Bodemenergie
  • Aerothermische energie (=buitenluchtwarmte)
  • Energie uit water(kracht)

Voor het bepalen van de hoeveelheid hernieuwbare energie en het aandeel hernieuwbare energie is niet alleen hernieuwbare energieproductie relevant, maar ook de mate waarin deze hernieuwbare energie wordt gebruikt door energiegebruikers in Nederland. Dit houdt bijvoorbeeld in dat export van biobrandstoffen of hernieuwbare warmte die niet nuttig wordt aangewend, niet meetellen in het aandeel hernieuwbare energie. Het is dan wel geproduceerd, maar niet nuttig gebruikt.

In deze monitor hanteren we eveneens de bruto eindverbruik methode voor het bepalen van de hoeveelheid en het aandeel hernieuwbare energie, zodat het provinciale cijfer voor hernieuwbare energie vergelijkbaar is met het landelijke cijfer en aansluit op internationale afspraken.

Lees meer

In dit hoofdstuk is beschreven welke doelstellingen de provincie Groningen in haar energieprogramma heeft geformuleerd ten aanzien van de toekomstige ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie en wat het huidige aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen is. Ook is een benchmark gemaakt met het landelijke aandeel hernieuwbare energie en is de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare energie in de komende jaren geprognosticeerd op basis van het effect van geplande duurzaamheidsprojecten.

Doel­s­tel­lin­gen

In het energieprogramma 'Programma Energietransitie 2016-2019' van de provincie Groningen, dat in 2016 is vastgesteld, heeft de provincie haar duurzaamheidsdoelstellingen voor de korte en lange termijn geformuleerd. De provincie Groningen zet in op de volgende doelen:

  • 21% van de energievoorziening duurzaam in 2020
  • 60% van de energievoorziening duurzaam in 2035
  • 100% van de energievoorziening duurzaam in 2050

De provincie wil met deze ambitieuze doelstellingen een belangrijke bijdrage leveren aan het tegengaan van de oorzaken van klimaatverandering. Inzet op energietransitie heeft daarnaast een belangrijke economische waarde voor de provincie Groningen. De energiesector is van oudsher een belangrijke economische sector in Groningen. Veel banen in de energiesector zijn gerelateerd aan fossiele energie en zullen in de komende decennia verdwijnen. Juist voor Groningen is het daarom van belang dat hier nieuwe banen in de duurzame energiesector voor terugkomen.

Hui­di­ge aan­deel her­nieuw­ba­re ener­gie

Het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen bedraagt 14,9% in 2017. Dat wil zeggen dat de totale hoeveelheid hernieuwbare energie die in de provincie is geproduceerd en vervolgens nuttig is gebruikt (in de provincie of elders in Nederland) overeenkomt met 14,9% van het totale, finale energiegebruik in Groningen. Het aandeel hernieuwbare energie is fors gestegen t.o.v. 2016. Het hernieuwbare energiegebruik is met 20% gestegen t.o.v. 2016, terwijl het finale energiegebruik met 4% is gedaald. Hierdoor is het aandeel van hernieuwbare energiebronnen in het energiegebruik met 3%-punt toegenomen.

N.B. De bronnen die worden gebruikt voor het bepalen van het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen worden in veel gevallen met terugwerkende kracht aangepast. Oorzaken hiervan zijn verbeteringen in de methode, en correctie van cijfers door o.a. CBS. Hierdoor kunnen de huidige cijfers in de monitor die betrekking hebben op de jaren 2013 t/m 2016 afwijken van eerdere cijfers in de monitor.

Figuur: Aandeel hernieuwbare energie provincie Groningen | 14,9% in 2017

De hernieuwbare energiemix in de provincie Groningen is opgebouwd uit verschillende hernieuwbare energiebronnen. Energie uit biomassa en windenergie leveren veruit de grootste bijdrage aan de hernieuwbare energiemix in Groningen in 2017. Het resterende deel wordt gevormd door zonne-energie en omgevingsenergie (bodemenergie en buitenluchtwarmte).

Figuur: Ontwikkeling aandeel hernieuwbare energie provincie Groningen

Ben­ch­mark Ne­der­land

Om het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen in perspectief te plaatsen, is een benchmark gemaakt met Nederland als geheel. Uit onderstaande figuur blijkt dat het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen beduidend hoger is dan in Nederland als geheel.

Figuur: Benchmark aandeel hernieuwbare energie

Dat het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen hoger is dan het landelijke gemiddelde, komt vooral omdat er in Groningen relatief veel hernieuwbare energie wordt geproduceerd (vooral wind op land en vergisting van biomassa). Dit is nader uitgewerkt in het hoofdstuk Hernieuwbare energie -> Benchmark Nederland.

Prog­no­se aan­deel her­nieuw­ba­re ener­gie

Door het totale energiegebruik en de hoeveelheid hernieuwbare energie in 2017 te koppelen aan het gekwantificeerde effect van projecten gericht op energiebesparing en/of hernieuwbare energieproductie die in 2018 zijn uitgevoerd en (voorgenomen) projecten die in de komende jaren nog worden uitgevoerd, is de ontwikkeling van het aandeel hernieuwbare in de provincie Groningen in de periode 2018 t/m 2022 geprognosticeerd. Op basis van op dit moment bekende, kwantificeerbare projecten neemt de het hernieuwbare energiegebruik in de provincie Groningen toe met 15.805 TJ. De hoeveelheid opgewekte hernieuwbare energie groeit dus met 140%. Het cumulatieve effect van de projecten is groter dan in de vorige prognose.

De plaatsing van nieuwe windparken binnen de provincie geeft de komende jaren de grootste bijdrage aan de groei van de duurzame opwek. Daarna volgt de bijstook van biomassa in de kolencentrale van RWE in de Eemshaven. Een deel van de verwachte hoeveelheid opgewekte stroom door de geplande windparken Borssele III en IV en Hollandse Kust Zuid is toegerekend aan de provincie Groningen. Hiervoor is het huidige aandeel van de provincie Groningen in het landelijke finale energiegebruik als verdeelsleutel gehanteerd. Dit houdt in dat 4,1% van de Nederlandse stroomproductie door windmolens op zee is toegerekend aan de provincie Groningen. In het verleden zijn veel projecten met SDE+-beschikking uiteindelijk niet gerealiseerd. Om een realistisch beeld te geven, zijn we in de prognose uitgegaan van 50% realisatie van zon- en kleinere biomassaprojecten met een SDE+-beschikking. Windprojecten rekenen we voor 100% mee. Ook projecten waarvan we weten dat ze in 2018 zijn gerealiseerd of binnenkort worden gerealiseerd, hebben we volledig meegenomen in de prognose.

Voor diverse besparingsprojecten die zijn geïdentificeerd geldt dat het niet mogelijk is om een causaal verband tussen een project en een effect aan te tonen. Daarnaast zijn er diverse besparingsprojecten waarvan de omvang van een effect (nog) niet bekend is. Het aantoonbare effect van besparingsprojecten is daarom lager dan het aantoonbare effect van hernieuwbare energieprojecten. Dit komt omdat besparingsprojecten minder goed meetbaar en kwantificeerbaar zijn dan hernieuwbare energieprojecten. Hieruit kan dus niet geconcludeerd worden dat besparingsprojecten minder effectief zijn dan hernieuwbare energieprojecten. Inzet op besparing is minstens zo relevant als inzet op hernieuwbare energieproductie.

De projecten die zijn opgenomen in de prognose zijn gebaseerd op deskresearch, er is geen primaire data verzameld. Enkel projecten waarbij de omvang van het effect is vastgesteld, zijn opgenomen in de prognose. Projecten die in 2017 of 2018 een SDE+-beschikking hebben ontvangen, zijn eveneens opgenomen in de prognose. Projecten die enkel een SDE+-aanvraag hebben ingediend niet. Een overzicht van de projecten die zijn opgenomen in de prognose staat in onderstaand kader.

Overzicht projecten prognose

Project (effect in TJ)

  • Aanvullend vermogen wind op land 2018 t/m 2022 (7.088 TJ)
  • Bijstook biomassa in kolencentrale RWE (6.440 TJ)
  • Aandeel stroomproductie door offshore windparken Borssele III en IV en Hollandse Kust Zuid (891 TJ)
  • Zonnepark Vlagtwedde (376 TJ)
  • Zonnepark Midden-Groningen (352 TJ)
  • Zonnepark Menterwolde (192 TJ)
  • Zonnepark Sellingerbeetse (167 TJ)
  • Fonds Nieuwe Doen - projecten energiebesparing (114 TJ besparing)
  • Zonnepark Roodehaan (39 TJ)
  • Fonds Nieuwe Doen - projecten hernieuwbare energie (11 TJ)
  • Overige zonneparken (882 TJ)
Lees meer

Op basis van het kwantitatieve effect van de verschillende projecten stijgt het aandeel hernieuwbare energie tot 25,1% in 2020 en 36,0% in 2022 (zie figuur). Hiermee lijkt de provincie haar doelstelling voor 2020 te halen. De aanname bij deze berekening is dat het totale energiegebruik licht daalt. De verwachte daling is bepaald aan de hand van de onderzochte energiebesparingsprojecten. Wanneer het energiegebruik sterker afneemt of toeneemt, zal het aandeel hernieuwbare energie hoger of lager uitvallen.

Figuur: Prognose ontwikkeling aandeel hernieuwbare energie (%)

Effect windparken op Groningen

De realisatie van het offshore windpark Gemini in 2016 heeft een relatief beperkte invloed op het aandeel hernieuwbare energie in de provincie Groningen, omdat slechts een deel van de opgewekte stroom kan worden toegerekend aan de hernieuwbare energiemix van de provincie Groningen. De impact van het windpark op de regionale economie en het energiesysteem is echter beduidend groter. De bouw van het park heeft tot honderden arbeidsjaren tijdelijke werkgelegenheid geleid. De structurele werkgelegenheid bedraagt nog eens 75 tot 100 arbeidsplaatsen die deels in de provincie Groningen neerslaan. Alle stroom die door het Gemini windpark wordt geproduceerd landt bovendien aan in de Eemshaven en is daarmee van invloed is op het energiesysteem in de provincie Groningen. De jaarlijkse hoeveelheid stroom die door het Gemini windpark wordt geproduceerd, is voldoende om bijna 800.000 huishoudens van elektriciteit te voorzien. Dit geeft aan dat het om grote hoeveelheden gaat. De impact van wind op zee op de balanceringsopgave is daarmee veel groter dan de impact van wind op zee op het aandeel hernieuwbare energie.

Ver­die­ping: Fonds Nieu­we Doen

Fonds Nieuwe Doen – Stand van zaken projecten Energiefonds 2017 en 2018

Een deel van de projecten die zijn meegenomen in de prognose, zijn mede gefinancierd door Fonds Nieuwe Doen. Fonds Nieuwe Doen ondersteunt projecten in de provincie Groningen gericht op energiebesparing en/of de opwekking van duurzame energie. Initiatiefnemers kunnen bij Fonds Nieuwe Doen terecht om geld te lenen voor projecten, vaak naast eigen en andere financiering zoals van banken. Het fonds is haar activiteiten gestart in maart 2017. De voortgang van het Energiefonds laat zich als volgt kenmerken:

Projecten: aantallen, financieringen en uitgelokte investeringen

Projecten: aantallen, financieringen en uitgelokte investeringen
Projecten Aantal Investeringen Financiering FND
2017 23 € 5.581.990 € 1.782.312
2018 47 € 10.945.522 € 2.731.041
TOTAAL 70 € 16.527.512 € 4.513.353

Bovenstaand overzicht geeft aan hoeveel projecten er vanuit het Fonds gefinancierd zijn, welke totale investeringen daarmee gemoeid zijn geweest en welk deel daarvan is gefinancierd vanuit FND.

Energie-effecten van de gefinancierde projecten

Energie-effecten van de gefinancierde projecten
Projectcategorie Besparing m3 gas Besparing kWh Opwekking kWh ton CO2-besparing # projecten
Energiemaatregelen bedrijven 3.536.700 466.730 280.785 7.060 19
Opwekking zonne-energie bedrijven     303.000 159 8
Collectieve stroomopwekking     1.220.695 642 13
Kleinschalige windenergie     1.364.000 717 30
TOTAAL 3.536.700 466.730 3.168.480 8.578 70

Bovenstaand overzicht geeft aan wat de energie effecten zijn van de gefinancierde projecten binnen een viertal hoofdcategorieën. In totaal leveren deze projecten een jaarlijkse besparing van 8.578 ton CO2 op. Dit is het equivalent van de CO2 die 452.180 bomen jaarlijks op kunnen nemen en gelijk aan de opbrengst van tien 6 MW-windmolens (ashoogte >= 130m).